ONONTVANKELIJKHEID WEGENS NIET JUISTE INSCHRIJVING IN KBO

Geplaatst op 23/01/2020

De vroegere grond van onontvankelijkheid bij gebreke aan een juiste KBO-inschrijving inzake vorderingen uitgaande van een ondernemer, werd door de Wetgever uit het W.E.R. (Wetboek Economisch Recht) gehaald op 2 mei 2019 (zie nieuwe formulering art. 26.III, §2).

ART. 26.III, §2 W.E.R. ( onontvankelijkheid wegens  niet juiste inschrijving in KBO )

 

De vroegere grond van onontvankelijkheid bij gebreke aan een juiste KBO-inschrijving inzake vorderingen uitgaande van een ondernemer, werd door de Wetgever uit het W.E.R. (Wetboek Economisch Recht) gehaald op 2 mei 2019 (zie nieuwe formulering art. 26.III, §2).

 

Hoe zit het nu met dossiers die nog voor deze wetswijziging werden ingeleid voor de Rechtbank, en waarin deze exceptie van onontvankelijkheid tijdig, d.w.z. in limine litis (lees: voor elke andere betwisting) werd opgeworpen ?

 

Op 19.12.2019 heeft het Belgisch Grondwettelijk Hof, ingevolge een prejudiciële vraag uitgaande van de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afd. Antwerpen, geoordeeld dat deze procedureregel onverkort van toepassing is vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Wet, zijnde 27.5.2019

 

Zodoende is het ogenblik van inberaadname van de zaak, en dus niet het ogenblik van rechtsingang, bepalend is om over deze ontvankelijkheidsgrond te oordelen.

 

Alle dossiers die na de invoegetreding dd. 27.5.2019 in beraad genomen werden, of nog in beraad genomen moeten worden, vallen onder het nieuwe regime. Dossiers die na die inwerkingtreding voor de Rechtbank ingeleid worden vallen uiteraard sowieso onder het nieuwe regime, waarbij de onontvankelijkheid niet meer ingeroepen kan worden.

 

 

(Cfr. Arrest Grondwettelijk Hof dd. 19.12.2019 / nr. 205/2019 – rolnr. 7133)

 

 

 

P. Dhollander

Advocaat

terug naar het overzicht

Verklaring over cookies