CORONA

Geplaatst op 24/03/2020

Hoe zit het nu met contracten of bestellingen die lopende zijn mbt het leveren van goederen en diensten, en hoe zit het met lopende arbeidsovereenkomsten ?

Geheel vrijblijvend en zonder enige aansprakelijkheid, én tevens met een voortschrijdend inzicht wensen wij U alvast enkele richtlijnen voor te leggen over hoe U als ondernemer zou kunnen omgaan met deze situatie

 

Wat met de lopende contracten ?

 

 

1.

Er dient vooreerst nagegaan te worden of er regels zijn opgenomen omtrent overmacht in de overeenkomst zelf, welke regels voorrang zullen hebben op het aanvullende, gemene recht.

 

Ook ‘aanvaarde’ algemene voorwaarden kunnen dergelijke bepalingen bevatten.

 

Bij gebreke aan dergelijke bepalingen dient er volgens het gemene recht nagegaan te worden per concrete casus of er sprake is van een vreemde oorzaak hetzij overmacht (cfr. vreemde oorzaak – art. 1147 B.W. / overmacht of toeval art. 1148 B.W.).

 

Overmacht kan in ons rechtssysteem door alle contractspartijen ingeroepen worden, er is geen enkel onderscheid w.b. de hoedanigheid van een contractspartij.

 

Maar wat zijn nu de specifieke toepassingsvoorwaarden van deze rechtsfiguur ?

 

 

2.

De algemene regel is dat overeenkomsten moeten worden nageleefd, ook wanneer de omstandigheden waarin de naleving dient te gebeuren zwaarder zijn geworden dan deze voorzien bij het sluiten van de overeenkomst.

 

Overeenkomsten kunnen bijgevolg niet zomaar eenzijdig worden stopgezet of geschorst.

 

Volgens de Wet zijn er drie voorwaarden teneinde te kunnen beroep doen op “overmacht”:

 

2a. het dient te gaan om een onvoorzienbare gebeurtenis;

 

2b. die zich voordoet buiten de wil van diegene die zich op overmacht beroept;

 

2c. en die de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk of definitief onmogelijk maakt.

 

Wat betreft de eerste voorwaarde (2a.) kan er o.i. geen betwisting bestaan dat deze vervuld is.

 

Het leidt uiteraard geen twijfel dat de huidige omstandigheden door niemand gewild zijn, zoals in de Wet voorzien.

 

Maar men zal alsnog vanuit de concrete omstandigheden moeten kunnen aantonen dat een (verdere) uitvoering van een specifieke contractuele verbintenis, bv. gelet op het productieproces of gezien het gebrek aan toeleveringen, buiten de wil om onmogelijk is geworden om van ‘force majeure’ te kunnen spreken.

3.

De vraag of de onvoorzienbare gebeurtenis zich buiten de wil van diegene die zich op overmacht beroept heeft voorgedaan (2b.), heeft geen eenduidig antwoord:

 

- bedrijven die onder een maatregel vallen en daadwerkelijk moeten sluiten, zoals een niet-essentiële winkel, een organisator van evenementen, een cateraar of een restaurateur, … kunnen evident meteen naar de genomen overheidsmaatregelen verwijzen om de lopende contracten te annuleren of te schorsen wegens overmacht;

 

- ook indien de ondernemer de door de overheid opgelegde regels i.v.m. “social distancing” niet kan naleven en om die reden moet stoppen, kan en zal de onvoorzienbare gebeurtenis overmacht in de hand werken;

 

De overheidsmaatregel kan, als vreemde oorzaak, in zulke gevallen inderdaad bevrijdend werken op contractueel vlak, omdat deze maatregel een onoverkomelijke hindernis vormt voor de uitvoering van de verbintenis én de schuldenaar-contractant geen fout heeft begaan bij het ontstaan van de omstandigheden die de hindernis tot gevolg hadden (Cass. (3e k.) AR S.95.0100.F, 18 november 1996).

 

- indien men daarentegen niet moet sluiten én de regels van social distance wel perfect kan naleven, is er mogelijks niet direct sprake van overmacht, omdat zulke situatie nog een marge laat om te ‘willen’ verder werken.

 

Sommige ondernemers worden blijkbaar verondersteld om verder te moeten werken wanneer dat kan. De lijst met door de overheid weerhouden ‘essentiële beroepen’ treft U aan in een afzonderlijk bestand.

 

Enkel een ‘afdoende bewezen’, onvoorzienbare en onvermijdbare gebeurtenis die voldoende ernstig is en onafhankelijk is van de wil van de betrokkene, kan contractuele overmacht uitmaken (Cass., 9 oktober 1986, Arr. Cass., 1986-87, 165; Pas., 1987, I, 153; R.W., 1987-88, 778, noot (i.v.m. termijnen in de burgerlijke rechtspleging); Cass., 1 juni 1988, Arr. Cass., 1987-88, 1278; Pas., 1988, I, 1185).

 

Een advocaat, bankier of boekhouder kan momenteel perfect vanop afstand werken, en zal niet zomaar overmacht kunnen inroepen om zich van de opdrachten die hij/zij op zich heeft genomen te ontlasten.

 

Een aannemer dakwerken kan wellicht ook nog verder werken en het dak voltooien, mits voldoende maatregelen te nemen naar het personeel en de opdrachtgever toe: voldoende ontsmettingsmiddelen, afstand houden en mondmaskers gebruiken.

 

Daarmee is niet gezegd dat er van overmacht geen sprake kan zijn: ook de aannemer zelf kan buiten strijd vallen wanneer hij besmet geraakt, of de boekhouder, enz ...  

 

Quid wanneer een onderaannemer zijn werkzaamheden staakt: kan de hoofdaannemer deze situatie inroepen naar zijn opdrachtgever toe ?

 

De praktijk zal dit moeten uitwijzen, waarbij men naar de concrete feiten zal kijken om met de vraag naar overmacht om te gaan.

 

 

4.

Blijft de belangrijke vraag of de uitvoering tijdelijk of definitief onmogelijk is geworden (2c.).

 

Daarvoor kijkt men in ons recht steeds naar de realiteit (feitenkwestie): kan er later nog gepresteerd worden of niet, en wat zijn de gevolgen van dit tijdsverloop ?

 

Kan een levering, dienst of evenement redelijkerwijze worden uitgesteld of niet ?

 

Kan de huur van machines door een aannemer eenzijdig geschorst worden, tot wanneer hij verder kan werken ?

 

Overmacht zal wellicht minder snel toegepast worden op contracten die voor onbepaalde duur gelden, hetzij opeenvolgende prestaties omvatten, dan op contracten die voor bepaalde duur gelden of een eenmalige prestatie regelen.

 

Ook indien de (wederzijdse) prestaties zonder al te veel kosten kunnen uitgesteld worden, zal een toepassing van blijvende overmacht in het gedrang komen.

 

Bij wederkerige contracten heeft overmacht, wanneer die een partij daadwerkelijk verhindert haar verbintenissen na te komen, hetzij (1) de schorsing hetzij (2) de ontbinding van rechtswege van het contract tot gevolg, naargelang de belemmering al dan niet toelaat het contract na de gestelde termijn nog uit te voeren (Cass., 13 januari 1956, Pas., 1956, I, 460; Arr. Cass., 1956, 367; R.W., 1956-57, 569; J.T., 1956, 213, noot M. Tacquet).

 

In vele situaties kan de uitvoering van de verbintenissen echter gewoon opgeschort worden…

 

Dit laatste kan ook het geval zijn wanneer men momenteel van overheidswege verplicht is om te stoppen (cfr. randnr. 3).

 

 

5.

Maar omgekeerd, ook wanneer de activiteit niet specifiek verboden werd van overheidswege, kan o.i. -al naargelang de concrete omstandigheden- tijdelijke of blijvende overmacht ingeroepen worden, doch dit zal minder evident zijn dan wanneer de activiteit daadwerkelijk van overheidswege wordt verboden (cfr. randnr. 3).

 

Het kan bv. zijn dat een groot deel van uw personeel zich ziek heeft gemeld, waardoor er bij gebreke aan een normale bezetting de facto ook niet meer verder kan gewerkt worden.

 

Ook wanneer U zelf bestelde goederen of U beopdrachte diensten niet meer kunt leveren, dient U daar melding van te maken bij diegene die op uw diensten beroep wil doen, en dus met U een overeenkomst heeft afgesloten.

 

U haalt best ook aan waarom precies er niet meer verder gehandeld kan worden, stellende dat U zich in een situatie van overmacht bevindt.

 

Zo de prestatie later alsnog kan geleverd worden, overlegt U best met uw klant i.f.v. een opschorting én legt U ook best een schriftelijk dossiertje aan van de correspondentie die hieromtrent gevoerd wordt.

 

U spreekt dan best op aantoonbare wijze verder af met uw contractanten, door het uitstel van presteren schriftelijk te bevestigen en bevestigd te zien.

 

Wanneer men U reeds betaald heeft, hetzij reeds een voorschot voldaan heeft, bent U uiteraard beter gepositioneerd om een termijnverlenging te onderhandelen of op te leggen, en kunt U er m.a.w. op staan dat U later presteert.

 

Voorhanden zijnde overmacht geeft U in principe -naargelang de concrete omstandigheden- het recht om uw verbintenissen minstens tijdelijk op te schorten.

 

Maar een aannemer-huurder van de machines die reeds een half jaar op voorhand betaald heeft, staat in een omgekeerde, moeilijkere positie, wanneer het geconfronteerd wordt met de stilleg van een werf. Hij zou de gehuurde goederen kunnen terug bezorgen, maar daarmee ziet hij de reeds (geprefinancierde) huurbetalingen nog niet terug, daar waar zijn eigen kosten kunnen blijven doorlopen.

 

Hij kan ook overwegen om zelf de schorsing in te roepen, door te argumenteren dat hij de huur als zijnde opgeschort beschouwt tot wanneer hij kan verder werken in een min of meer normale situatie.

 

Zo schuift de uitvoeringstermijn gewoon op: de aannemer zal de machines bv. acht maanden gebruiken i.p.v. zes maanden, zonder centen op te moeten leggen, stellende dat er tijdens de stilleg der werken geen huur kan verschuldigd zijn wegens overmacht.

 

Deze laatste werkwijze is uiteraard niet zonder risico alwaar de huurder de machines in dezelfde staat -op een later tijdstip- zal moeten terug bezorgen, en hij geheel aansprakelijk is qua teruggave plicht zolang dat niet gebeurt.

 

De aannemer-huurder zal moeten overwegen of hij de machines veilig kan bewaren tot wanneer hij zal verder werken.

 

Hij blijft ook bewaarder van de werf.

 

Als diezelfde aannemer bv. schoren of stutten, of bekistingsonderdelen op de werf geplaatst heeft, ligt de situatie weer anders omdat deze onderdelen niet zomaar kunnen weggehaald worden. Deze kosten blijven wellicht verschuldigd.

 

Bij tijdelijke overmacht komen er ongetwijfeld kosten bij voor diegene die de overmacht inroept, welke kosten in beginsel kunnen doorgerekend worden, hetzij verrekend zullen worden met de kosten die de wederpartij of contractspartij gelet op het tijdsverloop zal moeten dragen.

 

 

6.

Sommigen onder U zullen met cheques of vouchers kunnen werken om hun cliënteel tegemoet te komen, waarbij U dan geen terugbetaling hoeft te overwegen van wat U reeds ontvangen hebt, en de cliënt gebonden blijft.

 

Creativiteit kan uiteraard geen kwaad !

 

 

7.

Quid indien de prestatie werkelijk en blijvend niet meer geleverd kan worden en zulks ook aangetoond kan worden ?

 

In principe dienen de kosten dan wederzijds verrekend te worden.

 

O.w.v. de overmachtssituatie, kan er zelfs geargumenteerd worden dat uw afnemers de teruggave van de koopsom of het voorschot niet meer kunnen verwachten, zodat de centen definitief verworven zijn door U.

 

Dit zal bv. de verhuurder van de machines komen voor te houden, en in elk geval de verhuurder van de schoren en stutten of bekistingsonderdelen.

Men zou kunnen argumenteren dat de overeenkomst zonder voorwerp is komen te vallen, zodat er geen koopsom of voorschot moet terug betaald worden (cfr. de tickets voor een geannuleerd festival, het voorschot voor een huwelijksfeest, een voorschot voor een foto-reportage m.b.t. een geannuleerd feest, een reis die niet kan doorgaan, enz …).

 

Het risico kan inderdaad bij de consument of afnemer/opdrachtgever worden gelegd en dat betekent dat die zal moeten opdraaien voor de kosten.

 

Uw contractanten zullen uiteraard de restitutie van de door hen betaalde sommen wensen, en de meesten onder ons zullen een restitutie willen doen uit eergevoel of om commerciële redenen.

 

Redelijkheid is aangewezen van alle kanten !

 

En juridisch het been stijf houden zal niet altijd voor oplossingen zorgen doch eerder tot faillissementen leiden.

 

Uiteraard verliest U ongetwijfeld uw cliënt bij gebreke aan terugbetaling, en riskeert U bij gebreke aan teruggave van een voorschot of vooraf betaalde prijs dat er velen een procedure zullen willen opstarten met als voorwerp de teruggave.

 

O.i. de kans is groot dat de rechter het financiële evenwicht tussen partijen gaat willen herstellen indien er een procedure uit zou voortvloeien.

 

Gemaakte kosten zullen mogelijks in mindering gebracht worden, waarna het saldo van de gelden waar geen prestaties of gemaakte kosten tegenover staan zullen moeten terugbetaald worden.

 

Zoals te verwachten kan de rechter ook de tijdelijke opschorting der verbintenissen beamen bij wederkerige contracten.

 

U correspondeert best schriftelijk met de nodige bewijzen, om zoveel mogelijk discussie achteraf te vermijden.

 

 

 

Arbeidsovereenkomsten - overmacht:

 

1.

Vooreerst mag erop gewezen worden dat wij als werkgever strikt verantwoordelijk zijn voor de omstandigheden waarin ons personeel dient te werken. Wanneer er toch verder wordt gewerkt, dienen de overheidsmaatregelen m.b.t. wat men nu social distance noemt strikt nageleefd te worden, maar dat weten jullie wel.

 

Het niet-naleven ervan is zelfs strafbaar, en kan dus ook schadeclaims genereren.

 

Bovendien zullen er zich veel werknemers ziek melden, waarbij de eerste maand loon deels door de bedrijven dient uitgekeerd te worden alvorens men beroep doet op de ziekteverzekering.

 

Wanneer er zich plots vele werknemers ziek zouden melden (waar zij telefonisch aan een doktersattest kunnen komen …), is dat een financiële aderlating die velen zullen voelen (of zelfs niet te boven zullen komen waar de omzet tegelijkertijd daalt).

 

Gelet op dit laatste wordt er l door de overheidsdiensten nagaan hoe zij daaraan een mouw kunnen passen.

 

 

2.

Artikel 26 van de wet op de arbeidsovereenkomsten (WAO) behandelt de tijdelijke schorsing van de overeenkomst ten gevolge van overmacht. Deze vorm van schorsing kan zowel voorkomen bij arbeiders als bij bedienden.

 

Er is geen mededelingsplicht maar met het oog op de rechtszekerheid van de werkgever en werknemer wordt de mogelijkheid geboden tot mededeling van de overmachtssituatie. Ook hier is schriftelijke en ondubbelzinnige communicatie de boodschap.

 

Om van overmacht te kunnen spreken, moeten de volgende drie voorwaarden -volgens vaste rechtspraak- vervuld zijn:

 

  • de gebeurtenis mag niet te wijten zijn aan de werkgever, noch aan de werknemer; er zal bijvoorbeeld geen sprake zijn van overmacht indien een gebeurtenis te wijten is aan de slordigheid van één van de partijen;
  • de gebeurtenis moet ontsnappen aan elke normale verwachting;
  • de gebeurtenis moet een onoverkomelijke hindernis vormen voor de werkgever en de werknemer om de arbeidsovereenkomst verder uit te voeren.

 

Wanneer jullie bepaald personeel tijdelijk moeten stopzetten, kan dat in beginsel gebeuren o.b.v. art. 26 WAO, en kan men contact opnemen met het sociaal secretariaat om zulks in goede banen te leiden.

 

De wettelijke regeling inzake technische werkloosheid bepaalt de voorwaarden waaronder de werknemer tijdens de schorsing zijn recht op loon behoudt, of recht heeft op werkloosheidsuitkeringen. Deze wettelijke regeling heeft zijn belang, want in geval van een niet wettelijk geregelde overmachtssituatie is er in principe geen recht op loon.

 

 

3.

De werknemer kan genieten van werkloosheidsuitkeringen vermits de huidige pandemie bij de getroffen bedrijven als overmacht erkend wordt door de RVA.

 

Dat was in België reeds snel het geval.

 

In dergelijk geval is het de werkgever die verhinderd is om werk te verschaffen aan zijn werknemers door een omstandigheid die een situatie van overmacht vormt, namelijk een plotse, onvoorziene gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van partijen, die de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk en volledig onmogelijk maakt.

Ongetwijfeld valt dus ook de huidige situatie daaronder, mits bewijs aan de hand van de concrete omstandigheden waarin U verkeert.

 

Wanneer een werkgever, omwille van redenen van overmacht, niet in staat is om zijn personeel tewerk te stellen, kan hij zijn personeel in tijdelijke werkloosheid plaatsen wegens overmacht, mits naleving van bepaalde formaliteiten, welke maatregel zowel voor de werklieden als voor de bedienden kan worden ingevoerd.

 

Tijdens deze periode kunnen de werknemers in beginsel ook onmiddellijk een uitkering van de RVA genieten. De werkgever die de overmacht inroept, moet hiervan zo snel mogelijk een elektronische aangifte doen bij het werkloosheidsbureau van de exploitatiezetel. Daarnaast moet hij ook nog een schriftelijke aanvraag tot erkenning van de overmacht indienen met een gedetailleerde uitleg waaruit blijkt dat de werkloosheid is veroorzaakt door overmacht, m.n. veroorzaakt wordt door het coronavirus.

Deze maatregel der tijdelijke werkloosheid kan, mits bepaalde voorwaarden zijn vervuld, zowel voor de werklieden (artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) als voor de bedienden (artikel 77 van dezelfde wet) worden ingevoerd.

 

4.

Maatregelen ter ondersteuning van ondernemingen ingevolge het coronavirus:

 

Het federale Kernkabinet heeft op 6 maart 2020 reeds een aantal maatregelen goedgekeurd ter ondersteuning van bedrijven en zelfstandigen ingevolge het coronavirus. 

 

Deze maatregelen werden vervolgens nog uitgebreid.

 

Het doel van deze maatregelen is in essentie om, enerzijds, ondernemingen die op economisch niveau getroffen zijn door het coronavirus in staat te stellen hun werknemers op soepele wijze tijdelijk werkloos te stellen om de werkgelegenheid te vrijwaren en, anderzijds, te voorzien in modaliteiten voor de spreiding, het uitstel en de vrijstelling van de betaling van bijdragen, voorheffing en sociale en fiscale belastingen voor ondernemingen en zelfstandigen.

 

Een van de maatregelen is de verhoging van het bedrag van de tijdelijke werkloosheidsuitkering als gevolg van tijdelijke overmacht of een tijdelijk gebrek aan werk.

 

De bedoeling is dat de betrokken bedragen tot 30 juni 2020 worden verhoogd van 65% tot 70% van het gemiddelde geplafonneerde loon. Intussen worden de nodige stappen gezet om de betrokken maatregelen snel uit te kunnen voeren.

 

5.

Quid indien de werkgever verder zou mogen werken (cfr. de dakwerker die voldoende veiligheidsmaatregelen neemt), maar nu zelf ziek is geworden ?

 

De kans dat je als zelfstandig ondernemer zelf het coronavirus oploopt, is ook reëel.

 

Bij ziekte van minstens acht dagen heb jij vanaf de eerste dag ziekte recht op een uitkering van het ziekenfonds. Je contacteert daarom best zo snel mogelijk je arts om samen met hem een getuigschrift arbeidsongeschiktheid in te vullen. Zulke uitkering wordt immers ten vroegste uitbetaald vanaf de dag waarop jouw arts dit document heeft ondertekend. Ga hiervoor echter niet zomaar langs bij je arts maar respecteer de richtlijnen en bel hem eerst om te bespreken hoe je dit best in orde brengt.

 

Blijf je langdurig ziek ? Informeer dan je accountant of advocaat. Hij of zij kan voor jou nagaan of je in aanmerking komt voor gelijkstelling wegens ziekte. Tijdens de periode die gelijkgesteld wordt met ziekte hoef je geen sociale bijdragen te betalen. Kom je niet in aanmerking voor deze gelijkstelling dan kan je nog terugvallen op betalingsuitstel, vermindering of vrijstelling van bijdragen. 

 

Indien de werkgever in een kleiner bedrijf onontbeerlijk is om de activiteiten verder te kunnen ontplooien en zich niet kan laten vervangen of bijstaan (bv. dakwerker-zaakvoerder getroffen door het virus die twee arbeiders heeft welke niet getroffen zijn …), kan alsnog geopteerd worden om het stelsel van de tijdelijke werkloosheid te activeren.

 

6.

Meer informatie:

 

 

  • Voor meer informatie in verband met de te volgen procedures ten aanzien van de RVA (voor het verkrijgen van tijdelijke werkloosheidsuitkeringen als gevolg van tijdelijke overmacht of een tijdelijk gebrek aan werk): website van de RVA, d.i. www.rva.be

 

 

 

  • Contact Center van de Arbeidsinspectie - toezicht op de sociale wetten: 02/235.55. 55 en info.tsw@werk.belgie.be
     

 

7.

Quid indien Uw werknemer tenslotte zelf eenzijdig beslist dat hij niet komt werken en zich beroept op overmacht i.p.v. ziekte. Kan dat ? Moet U hem dan loon betalen?

 

Ook dat hangt af van de concrete situatie.

 

Het blijft wel zijn verantwoordelijkheid als hij dat eenzijdig zou beslissen, zonder uw akkoord. Hij moet dan immers zelf komen te bewijzen dat hij, hoewel hij niet ziek is en dus geen arbeidsongeschiktheidsattest zal kunnen voorleggen, toch in de onmogelijkheid verkeert om zijn plicht om te komen werken, te vervullen, enz ...

 

Momenteel zijn er massaal veel werknemers die zouden kunnen gaan werken in veilige omstandigheden, maar nu verwijzen naar de longklachten van hun huisgenoten en dan ook niet meer komen opdagen.

 

Overmacht kan inderdaad de arbeidsovereenkomst schorsen (cfr. supra: artikel 26 WAO; deze regeling geldt voor de beide partijen).

 

Het is de gebeurtenis die een onoverkomelijke hinderpaal vormt voor de uitvoering van een verbintenis uit de overeenkomst (hier dus de verbintenis om arbeid te leveren), zonder dat de werknemer een fout treft.

 

Het gevolg hiervan is dat de arbeidsovereenkomst eveneens wordt geschorst. In het geval van overmacht moet (kan) de werknemer geen arbeid verrichten, maar heeft hij ook geen recht op loon, bij gebreke van prestaties.

 

Om aan het wegvallen van dat loon tegemoet te komen, geeft de RVA alvast aan dat er in bepaalde welomschreven gevallen aanspraak kan gemaakt worden op het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, nl. wanneer een werknemer in quarantaine is geplaatst (na zijn terugkeer naar België nadat hij in een risicogebied heeft verbleven, of in het risicogebied zelf bv. het niet mogen verlaten van een hotel), of wanneer hij niet in de mogelijkheid verkeert om terug te keren naar België (bv. door een vliegverbod) omdat hij zich in een risicogebied bevindt.

 

Men heeft nu zelfs beslist om voorschotten te zullen toekennen inzake werkloosheidsuitkeringen.

 

U zou dus kunnen verwachten dat, in geval van discussie over de al dan niet gerechtvaardigde afwezigheid, een rechter de strekking van de RVA zou kunnen volgen in die voorbeelden.

 

In andere situaties is het inroepen van overmacht als “schorsingsgrond” van de arbeidsovereenkomst, een delicate afweging, aangezien de werknemer bij geschil daarover met zijn werkgever, zal moeten aantonen dat de concrete omstandigheden waarin hij zich bevindt voldoen aan de definitie van “overmacht”.

 

 

Lijst essentiële beroepen

 

  • De wetgevende en uitvoerende machten
  • De (preventieve) medische zorginstellingen
  • De instellingen voor opvang en bijstand voor oudere personen, minderjarigen, mindervaliden en kwetsbare personen
  • De asiel en migratiediensten
  • De integratie en inburgeringsdiensten
  • De telecominfrastructuur- en diensten
  • De media, journalisten en communicatiediensten
  • Afhaalophaling en -verwerking
  • Hulpverleningszones
  • Diensten van private en bijzondere veiligheid
  • Politie, defensie, Civiele Bescherming, noodcentrales en ASTRID
  • Medische hulpverlening
  • Justitie en verbonden diensten: magistratuur, penitentiaire instellingen, gerechtsdeurwaarders, advocaten, …
  • Raad van State en administratieve rechtscolleges
  • Internationale instellingen en diplomatieke posten
  • Noodplannings- en crisisbeheerdiensten
  • Algemene Administratie van douane en accijnzen
  • Crèches en onderwijsinstellingen
  • Taxidiensten, openbaar vervoer, spoorvervoer, personenvervoer, zee- en luchthavens
  • Leveranciers van brandstoffen en brandhout
  • Voedingsnijverheid, land- en tuinbouw, productie van meststoffen en visserij
  • Productieketens die niet kunnen worden stilgelegd
  • Verpakkingsindustrie
  • Apotheken en farmaceutische sector
  • Hotels
  • Pech- en herstellingsdiensten voor voertuigen
  • Postdiensten
  • Begrafenisondernemingen en crematoria
  • Overheidsdiensten die essentiële dienstverlening aanbieden
  • Waterhuishouding en -sector (zuivering, distributie)
  • Inspectie- en controlediensten
  • Sociale secretariaten en uitbetalingsinstellingen
  • Meteo- en weerdiensten
  • Energiesector (gas, elektriciteit en olie)
  • Chemische industrie
  • Productie van medische instrumenten
  • Financiële sector
  • Grondstations van ruimtevaartsystemen
  • Wetenschappelijk onderzoek van vitaal belang
  • Internationaal transport
  • Nucleaire en radiologische sector

https://www.colpaertadvocaten.be/data/content/file/ministerieel-besluit-18-3-2020.pdf

terug naar het overzicht

Verklaring over cookies